An Van Raemdonck & Evie Embrechts. Dit opiniestuk is ook gepubliceerd op DeWereldMorgen.

fistVorige week vierden we onze eigen Belgische Vrouwendag en op 19 november was het Internationale Mannendag. Jawel, Mannendag bestaat echt en richt zich onder andere op het promoten van positieve rolpatronen en gendergelijkheid, niet meteen in Gamma-stijl, maar eerder aanvullend in de geest van Vrouwendag.

Aandacht voor gendergelijkheid en rolpatronen kunnen we alleen maar toejuichen, maar het mag hiertoe niet herleid worden. Aandacht vragen voor feminisme mag niet leiden tot een zelfbevestigend schouderklopje over alle vooruitgang die we al gekend hebben.

Feminisme vandaag staat voor de opdracht om uit te breken uit zijn meest publiek aanvaardbare verschijning, namelijk marktfeminisme.

Sinds er nationale instituties werden uitgedacht die zich gingen toeleggen op de vrouwenzaak en het wettelijk tegengaan van discriminatie heerst de bekende overtuiging dat de vrouwenbeweging haar doel bereikt heeft.

We hebben nu ‘femocraten’ binnen de staat en op internationaal niveau die waken over onze belangen, eerst de gelijkheid van man en vrouw, intussen binnen een ruimer kader van gelijke kansen en diversiteit van alle burgers.

Een van de gevolgen van dit liberale kader is dat de verschuiving naar een marktdenken ook binnen feminisme nauwelijks opgemerkt werd. Kenmerken hiervan zijn een doorgedreven institutionalisering en professionalisering van wat ooit activisme was.

Genderexperts worden aangeworven om een bepaald project uit te voeren. Dit is geen pleidooi tegen het opbouwen van kennis en expertise, maar wel om de basisvertrekpunten van de vrouwenbeweging niet te vergeten, namelijk radicale maatschappijverandering.

In de verschuiving naar een marktfeminisme vindt er een overeenkomst plaats tussen een economische neoliberale agenda en vragen vanuit de feministische beweging. Eisen omtrent gendergelijkheid worden gehoord zolang ze de neoliberale logica niet te sterk verstoren zoals bijvoorbeeld toegang en gelijkheid op de arbeidsmarkt.

De Britse filosofe Nina Power heeft het over het taboe rond het C-woord, capitalism. Met haar recente boek Eén-dimensionele vrouw verwijst zij naar de klassieker Eén-dimensionale man van Herbert Marcuse. Beiden argumenteren voor het openbreken van de beperkende heersende logica die de markt en economie centraal stelt.

De grote kracht van deze één-dimensionaliteit is dat alternatieven systematisch als onrealistisch of ondenkbaar worden voorgesteld.

De Zweedse feministische historica Yvonne Hirdman lag mee aan de basis van de uitbouw van genderstudies in haar land. Vandaag maakt zij een sombere conclusie na decennia genderbeleid waarvoor haar land wereldwijd geprezen wordt.

Ze spreekt kritisch over Zweden als exportmodel van progressieve, egalitaire genderrelaties en stelt dat het bekleden van deze voorbeeldfunctie in eigen land ook negatieve effecten heeft. Het leidde volgens haar ook tot nationalisme, verhoogde stereotype genderrollen naast een culturalistisch wij/zij denken.

Dergelijke kritiek als deze van Hirdman vertelt ons dat het lobbywerk door vrouwenorganisaties naar de regering toe niet meer werkt in de huidige neoliberale fase. De cadeaus vanuit het kapitalisme in periodes van expansie en overvloed zijn afgelopen.

In plaats daarvan zien we keiharde besparingen en een steeds rechtser beleid van hard omgaan met actievoerders. De subsidies voor sociale organisaties, voor kunst, voor alles dat een positief sociaal weefsel opbouwt, zijn aan het dalen en dat is geen toeval.

Essentiële maatschappijkritische vragen die feministen altijd bezighielden, worden liefst buiten gehouden in een één-dimensionale samenleving. Het bevragen van genderrelaties binnen een kader van eindeloos vooruitgangsdenken, een heersende competitiegeest en individualisme gericht op economisch slagen wordt niet gehoord binnen een marktfeminisme.

Het neoliberalisme tracht elk idee van emancipatie als een beweging die de maatschappij wil veranderen om individuen te bevrijden om te vormen tot een individueel programma dat er op gericht is om enkelingen vooruit te helpen binnen de bestaande machtsverhoudingen. Ook de vrouwenbeweging ontsnapte hier niet aan.

Het recente pleidooi voor een dertiguren-werkweek door Femma is daarom een zeer moedig en prachtig initiatief dat hopelijk verder groeit met steun van de ruimere vrouwenbeweging.

Wij pleiten samen met andere kritische organisaties voor een feministische maatschappij analyse die arbeid, zorg, vrije tijd en solidariteit herdenkt. Laten we met andere woorden de radicale strijd voor een betere maatschappij centraal houden, ook als Vrouwendag en Mannendag alweer voorbij zijn.

An Van Raemdonck en Evie Embrechts