Evie Embrechts & Ida Dequeecker

393426_391510797582883_230792089_nOnder veel van de debatten in de hedendaagse feministische beweging zit een discussie verborgen over vrije keuze versus structuurdenken. Om het simplistisch stellen zijn er twee kanten: degenen die de realiteit van keuzevrijheid van vrouwen verdedigen, en dan ook geen enkele mogelijke inperking willen (zien) op die keuzevrijheid, en aan de andere kant degenen die vooral de impact van structuren benadrukken, de manier waarop die structuren keuzes kunnen beperken en verbergen.

Natuurlijk zijn er heel wat mensen die in hun visie beide aspecten proberen te verenigen. Gemakkelijk is het niet en er is veel onbegrip en rancune tussen beide kanten. Zijn beide posities werkelijk verschillend of is hier vooral sprake van een misverstand?

Keuzes en structuren

De feministische beweging zet zich in voor de bevrijding van vrouwen uit een positie van onderdrukking, van machtsongelijkheid. Dat wil zeggen dat er op dit moment geen gelijkheid is, dat vrouwen moeilijker toegang hebben tot allerlei voorzieningen, macht, inspraak, mogelijkheden tot zelfontwikkeling, veiligheid en zelfbeschikking. Het bestaan van feminisme impliceert dat vrouwen keuzes kunnen maken maar ook dat ze beperkt zijn door allerlei structuren. Zo, dat is ook weer opgelost. Je zou je kunnen afvragen of er nog debat nodig is😉

De realiteit toont ons dat er misschien toch gewerkt moet worden aan een degelijke visie. Debatten over vrije keuze versus de dwingendheid van allerlei patriarchale structuren zie je terug in thema’s als het hoofddoekendebat, het prostitutiedebat, abortus, draagmoederschap, werk en armoede. De discussie is niet altijd even productief.

Ook binnen links zitten deze concepten verweven. Marxistes analyseren het kapitalisme, een dwingende structuur die ons leven in alle aspecten beïnvloedt. Dit is vaak – onjuist – geïnterpreteerd als volledig determinerend: de onderbouw (de materiële omstandigheden waarin we leven) bepaalt de bovenbouw (hoe we denken). Natuurlijk is er dan nog steeds iets als “keuze” – anders was er nooit een beweging geweest die zich juist verzette tegen het kapitalisme.

Enkele voorbeelden

Werkloosheid

Recent zien we een hernieuwde aanval op allerlei groepen met minder macht. Bijvoorbeeld werklozen worden voortdurend beschuldigd van te weinig moeite te doen. Zij kiezen er zogezegd voor om werkloos te zijn, het is hun individuele probleem dat ze geen werk hebben. Marokkaanse en Turkse werkloze vrouwen krijgen het verwijt niet genoeg te doen om jobs te zoeken1. Het discours over vrije keuze is hier gewoon een liberaal excuus om de structurele werkloosheid te verbergen. In de zogenaamde actieve welvaartsstaat – met de juiste woorden kan je alles verkopen – is het het individu dat het moet waarmaken, dat zichzelf moet empoweren, de uitdaging aangaan, 110% geven etc. Hoor je bij de winners of bij de losers.

Abortus

Is een vrije keuze discours dan altijd slecht? Dat nu ook weer niet. Bij recht op abortus gaat de hele feministische beweging ervan uit: de vrouw beslist. Wij willen dat er niemand beslist behalve de vrouw die zwanger is zelf.

Langs de andere kant is het natuurlijk wel zo dat ook hier structuren een zware impact hebben: de sociaal – economische structuur (werkloos zijn is een handicap om een kind groot te brengen), het gezin als hoeksteen van de maatschappij (als alleenstaande een kind grootbrengen is ook niet evident), ideologisch structuren zoals de zuil van de katholieke kerk, enz. Deze laatste heeft jarenlang het debat gesaboteerd, wetten tegengehouden en heel wat vreselijke propaganda de wereld in gestuurd. Als mensen ervoor “kiezen” vrouwen hun eigen keuze te negeren en hen te dwingen ongewenst zwanger te blijven, als vrouwen zich schuldig voelen over abortus, dat komt allemaal door maatschappelijke structuren en ideologie die inwerken op de mensen. Vrije keuze is hier dan misschien eerder een principe dan een realiteit, een streefdoel dat we ooit willen bereiken. Zelfs het meest basale recht op zelfbeschikking over je eigen lichaam is geen recht in onze wereld.

Hoofddoeken

Over de islamitische hoofddoek zie je een gelijkaardig discours n.a.v. het verbod ervan voor loketbedienden in een aantal stedelijke diensten en voor leerlingen in het Gemeenschapsonderwijs, maar hierover is de feministische beweging – net als de rest van de maatschappij – nog steeds verdeeld. Moslima’s eisen het recht om een hoofddoek te dragen. Het is een kwestie van zelfbeschikking en godsdienstvrijheid. Een deel van de feministische beweging gaat uit van het principe dat de vrouw beslist. Wie zijn andere mensen om te mogen beslissen wat vrouwen op hun hoofd mogen of moeten zetten. Net als baas in eigen buik, baas over eigen hoofd2.

Tegenstanders wijzen op de impact van o.a. patriarchale godsdiensten: vrouwen moeten zich bedekken zodat mannen zich kunnen gedragen. Ze komen dan heel snel met het argument dat vrouwen die een hoofddoek dragen een vals bewustzijn hebben en aanvaarden niet dat er heel wat feministische moslima’s zijn die een eigen interpretatie geven aan de koran en een eigen motivatie om de hoofddoek te dragen. Hier komt bij dat het debat helaas verziekt is door racisme en de kaping van het feminisme door allerlei politici in een goedkope poging tot scoren.

Prostitutie

Ook rond prostitutie woedt een gelijkaardig debat. Langs de ene kant hoor je klant-uitbuiters vertellen dat het bij prostitutie – en seks – juist vrouwen zijn die de macht hebben en mannen controleren met hun seksualiteit3. De mannen hebben helemaal geen keuze, zij worden gedreven door hun aangeboren driften, gemanipuleerd door vrouwen – een, laten we eerlijk zijn, doorzichtige poging tot het ontlopen van verantwoordelijkheid. De prostituees worden hier afgeschilderd als de mensen in de interactie die wel vrije keuze hebben, de klant-uitbuiters zijn de arme slachtoffers.

Postmoderne feministes – bien étonnés de se trouver ensemble – staan ook aan deze kant en hebben het voortdurend over de agency van prostituees, het problematiseren van het zich kritisch uitspreken over gedwongen prostitutie en mensenhandel, enzovoort. Sociologen en feministes in het veld hebben het over het verband met economische moeilijkheden, patriarchale ideologie, gebrekkige sociale omstandigheden tot en met directe dwang en de link met mensenhandel, die allemaal een impact hebben op geprostitueerde vrouwen.

Vrije keuze of structuur, zo simpel is het dus niet, in elke context moeten we opnieuw kijken naar de realiteit en niet enkel naar abstracte principes. Dat is links feminisme: consequent de realiteit als uitgangsbasis nemen. Anne Philips – die in 2011 op een Vrouwendag kwam spreken in Brussel – hield toen een speech4 die deels over dit thema ging. Ook zij gelooft dat het keuze-structuur conflict in elke context opnieuw moet worden bekeken.

Het belang van de context in deze debatten

De debatten over keuze en structuur zijn op zich al moeilijk, maar ze vinden ook nog eens plaats in een moeilijke context. Er zijn verschillende niveaus van context in wisselwerking met elkaar: de directe menselijke interactie en de maatschappelijke structuren waarin die plaatsgrijpen en die vele vormen van ongelijkheid voortbrengen.

Nemen we bijvoorbeeld het huidige prostitutiedebat over legaliseren of klanten aanpakken. Beide opties vinden goedmenende oprechte verdedigers en verdedigsters. Maar het is alweer niet zo eenvoudig.

Tot de vrouwenbeweging in Zweden begon aan te dringen ook eens naar de “klant” te kijken, werd het debat voornamelijk gevoerd over de al dan niet vrije keuze van de prostituees. Niemand had het over de vrije keuze van de klanten om mensen te betalen en te gebruiken. Nu wordt het debat al eens omgekeerd: feministes vinden dat mannen andere keuzes moeten maken.5

Maar anderzijds blijft het structureel kader dat vrouwen naar prostitutie drijft bestaan. Bovendien is prostitutie is een sector die jaarlijks miljardenwinsten oplevert. Zij die ervan profiteren, de pooiers willen hun handel natuurlijk veilig gesteld zien. Voor hen is legalisering een betere optie dan de klanten aanpakken. Maar wat ook de (wettelijke) regeling, zij zullen wegen zoeken om hun activiteiten verder te zetten. Dat is op zich geen argument voor of tegen welke optie ook maar het wijst wel op bijvoorbeeld het gevaar van een legalisering tout court.

En waar staat het belang van de prostituees in dit debat. Dit overstijgt de vraag of ze een (vrije) keuze maakten of niet. Vrij alvast niet: kiezen vanuit armoede, want dat is meestal het geval, is geen vrije keuze. Armoede is een structureel gegeven. Strijd tegen (gedwongen) prostitutie vergt een strijd tegen armoede, welke optie (legalisering of klanten aanpakken) het ook haalt. En maatregelen die de individuele prostituee direct alternatieven biedt, die haar een decent leven garanderen.

De kapitalistisch patriarchale omgeving heeft geleid tot een zeer verontrustende vermenging van prostitutie, mensenhandel en drugshandel. Seks voor geld en gewelddadige dwang, zijn die nog uit elkaar te houden, principieel en in de praktijk? Kan of moet men daarin, in het licht van de discussie keuze/structuur, het onderscheid blijven maken tussen keuze en dwang?

Het is vanzelfsprekend dat we de kant kiezen van de prostituees, als seksistisch onderdrukte en uitgebuite groep. In een ander artikel gaan we verder in op dit specifieke debat.

Onderdrukking en bewustwording

When anyone practicing radical politics points out that free choice is a fairytale, and that all our actions are constrained within certain material conditions, this does not equate to saying we’re all infantilized, little drones unable to make decisions for ourselves. It just means we’re not all floating around in a cultural vacuum making decisions completely unaffected by structural issues like systemic economic inequality, racism and sexism.6

steinbeckMarxisme kent een concept van de klasse an sich en de klasse für sich. Dit gaat over de werkende klasse maar is ook interessant wanneer het toegepast wordt op vrouwen. Initieel is de werkend klasse een klasse an sich, een klasse die wel bestaat maar waarvan de meeste leden zich niet bewust zijn dat ze een klasse zijn. In die context past de idee van “vals bewustzijn”.

Een klasse betekent een groep met eigen belangen, die in dit geval in conflict staan met de belangen van de kapitalisten. Maar als mensen zich daar niet van bewust zijn, nemen ze vaak de waarden van de overheersers over: rijk en arm is de normale gang van zaken, dus probeert iedereen een kapitalist te zijn, veel te bezitten, af te geven op “profiteurs” en dergelijke. Daardoor zijn wij als klasse zo gevoelig voor propaganda van de rijken, de nationalisten, het zwartmaken van werklozen enzovoort.

Als meer en meer werkers zich bewust worden van de uitbuiting die we meemaken en dat we een groep zijn met belangen die conflicteren met de belangen van kapitalisten, worden we een klasse für sich, al blijft die klasse evenals haar organisaties heterogeen. Maar het besef is er dat we dat we een klasse zijn en kunnen we tegen onze onderdrukking vechten. In die context past de idee van klassenbewustzijn.

Laten we die analyse eens naar analogie toepassen op vrouwen. Vrouwen kunnen we zien als een “klasse an sich”, omdat vrouwen een gedeelde sociale eigenschap hebben: een realiteit van patriarchale onderdrukking. Het doel van feminisme is dan die groep uitbouwen tot een “klasse für sich”, een groep die goed gevormd en georganiseerd kan handelen om een einde te maken aan die onderdrukking. Al blijft die groep uiteraard heterogeen en zullen verschillende (deel)groepen verschillende visies hebben, verschillende analyses maken, verschillende doelstellingen nastreven en verschillende acties ondernemen.

Paternalisme en witte ridderproblemen

Het is duidelijk dat er hier een gevaar voor paternalisme inzit. Veel mensen hebben wel eens een gesprek gehad met een linkse, nogal dogmatisch doordrammende kerel die je eens gaat zeggen hoe alles precies in elkaar zit. Politici pleiten voor de bevrijding van vrouwen “ergens ver weg zeker niet in dit land (tenzij het vrouwen zijn die een hoofddoek dragen, ook een geliefkoosde doelgroep)” of rechtvaardigen er oorlogen mee. NGO’s – de nieuwe kolonialisten – komen overal met veel geld zwaaien om een in het Westen uitgestippeld beleid op te leggen7. Helpen doet het niet vaak. De idee dat anderen beter zouden weten en dan ook moeten beslissen hoe je moet denken en handelen, is niet echt iets wat tot bevrijding leidt, ook al is het misschien “goed bedoeld”. De rechtvaardiging van die goede bedoeling door de ander een “vals bewustzijn” toe te schrijven is integendeel bijzonder onderdrukkend. Want wie bepaalt of een bewustzijn vals of niet is. Op algemeen theoretisch niveau is het eenvoudig. Op het niveau van mensen van vlees en bloed is dat heel wat anders. Hoe pakken we het dan wel aan?

Het persoonlijke is politiek

Zich bewust worden van seksistische onderdrukkende gendermechanismen kan maar door eigen ervaringen, gesprekken met anderen, verder reflecteren… Binnen het feminisme is er altijd een belangrijke stroming geweest die bewust worden als heel belangrijk ziet en daarvoor dan ook bewustwordingsgroepen organiseert – ook praatgroepen genoemd, in het Engels consciousness raising. Het samen ontdekken van allerlei zaken leidde dan tot theorie, een theorie ontstaan vanuit de praktijk – in plaats vanuit een ivoren toren. De bedoeling was altijd te praten en samen te ontdekken, maar niet om verwijten te maken. Deze aanpak is samengevat in de beroemde slogan het persoonlijke is politiek.

Consciousness raising is the major technique of analysis, structure of organization, method of practice, and theory of social change of the women’s movement. In consciousness raising, often in groups, the impact of male dominance is concretely uncovered and analyzed through the collective speaking of women’s experience, from the perspective of that experience.

– Catharine A. MacKinnon

Wij zijn van mening dat deze werkmethode nieuwe aandacht verdient en kan leiden tot een beter kader voor problemen op te lossen en een feministische beweging uit te bouwen. Op die manier kunnen we vanuit een veelheid aan perspectieven vertrekken en de basis leggen voor zowel een groot bereik als een stevige weerstand tegen de seksistische hegemonie. Ook het opbouwen van solidariteit tussen vrouwen zou hiermee geholpen kunnen worden.

Besluit

We kunnen niet a priori de keuze maken tussen de nadruk leggen op keuze of op de impact van structuren. Voor een werkelijk progressieve politiek zullen we in elke context opnieuw het debat moeten aangaan en alle aspecten analyseren.

Het liberalisme vierde jarenlang hoogtij in de feministische beweging, een beweging die verzwakt was na de tweede golf – in het Westen dan toch – en geen effectieve weerstand kon bieden aan de golf van neoconservatisme en neoliberalisme. Met liberalisme kom je al ergens, maar niet de hele weg. Het kortzichtig staren op “vrije” keuzes is geen oplossing, langs de andere kant is ook het paternalistisch op voorhand uitdenken van de perfecte principes geen oplossing. Wij pleiten dan ook voor het inzetten van o.a. bewustzijnsgroepen om op een niet-veroordelende manier voortdurend samen te kunnen bouwen aan inzicht en actie.

Voetnoten

2 Zie o.a. de organisatie BOEH http://baasovereigenhoofd.be/ en ook hun actieve Facebookpagina

3 http://tweedesekse.wordpress.com/2011/12/05/prostitutie-deel-3-een-eerste-kijk-naar-de-klanten/ – de overeenkomst met de meer problematische delen van godsdiensten is duidelijk

5 Een omkering die ook het hedendaagse denken over geweld op straat kenmerkt: vroeger werd van vrouwen gevraagd thuis te blijven ‘s avonds, zich “netjes” te kleden en liefst met een begeleider op stap te gaan, nu zie je vaker en vaker de eis dat het de daders zijn die aangepakt moeten worden, die andere keuzes moeten maken om het banaal te zeggen. Mensen met meer macht blijven gemakkelijk buiten schot, en het is de verdienste van de feministische beweging om dit soort verdoken mechanismen aan de kaart te stellen.