Ida Dequeecker

Met de invoering bijna 30 jaar geleden van een gelijke kansen beleid vonden feministische begrippen en concepten hun weg naar de gevestigde orde. Dat zegt ongetwijfeld iets over de impact van de tweede feministische golf op de samenleving. Maar de prijs is hoog. Vandaag blijken die begrippen en concepten gerecycleerd te zijn tot een neoliberale pseudofeministische “newspeak”1, met ernstige mainstreamingsaanspraken. En geen van de SP.A ministers heeft het verschil gemaakt. Integendeel.

newspeak

Gender geneutraliseerd

Laten we beginnen met Pascal Smet de huidige Vlaamse minister van SP.A signatuur bevoegd voor het gelijkekansenbeleid. In zijn laatste voorontwerp van decreet voor de aanpassing van het gelijkekansen beleid2 neutraliseert hij de inhoud van het concept gender. We citeren uit de memorie van toelichting:

Ook zij die zich bewegen binnen de algemeen bepaalde maatschappelijke en culturele krijtlijnen kunnen er (nl. de ongelijke kansen verbonden met gendermechanismen – nvdr) het “slachtoffer” van zijn. Dergelijke mechanismen treden ten aanzien van eenieder – mannen, vrouwen en transgender personen – op in alle mogelijke domeinen van het leven zowel publiek als privé.

Door het over “gender” te hebben komt eenieder –ongeacht zijn of haar genderidentiteit of genderexpressie – duidelijk in beeld. Een genderbeleid is dus een allesomvattend beleid.3 (onze onderstreping)

Bewegen wij ons niet allemaal binnen de algemeen bepaalde maatschappelijke en culturele krijtlijnen? Het sekse/gender systeem en de daarmee gepaard gaande ongelijke heteroseksuele tweedeling van de samenleving in (sterke) mannen en (zwakke) vrouwen en in (dominerend) mannelijk en (ondergeschikt) vrouwelijk zit structureel verankerd in ons economisch, sociaal en cultureel systeem. Uiteraard zijn transgender personen daar ook het slachtoffer van, vermits zij niet binnen de gegenderde krijtlijnen van dat systeem passen.

Wat wordt dan bedoeld met die krijtlijnen? Blijkbaar niet het genderongelijkheid voortbrengend systeem maar wel een denkbeeldige ruimte waarin transgender personen naast vrouwen en mannen zichtbaar moeten worden! De minister wil het bestaande gelijkekansen decreet in die zin aanpassen. In art. 6 § 2 van het gelijkekansendecreet dat gaat over “het bewerkstelligen van gelijke kansen” moet de formulering “ongeacht geslacht” vervangen worden door “ongeacht gender inclusief geslacht, genderidenteit en genderexpressie”.

Gender als meerzijdig concept

De memorie van toelichting motiveert de voorgestelde wijziging als volgt:

Deze mechanismen zijn niet eenvoudigweg terug te brengen tot het begrip “geslacht” maar vinden een meer omvattende grond in het meerzijdige concept “gender” (onze onderstreping)4 .

Gender wordt opgeblazen tot een meerzijdig concept, dat ook geslacht omvat! Maar waarom dan nog werken met het onderscheid tussen gender en geslacht? De Vrouwenraad, Ella en het VOK hebben de minister op het probleem gewezen. Ze brachten een advies uit met als conclusie de vraag om gender uit de nieuw voorgestelde formulering weg te laten met de volgende argumentatie:

Het concept gender is uitgedacht om te tonen welke maatschappelijke aspecten er verbonden zijn aan (het uitdrukken van) een bepaald geslacht. Het maakt het mogelijk om ongelijkheden in kaart te brengen en weg te werken: ‘gender’ biedt dus een analysekader maar is zelf geen focus van het beleid. Het is een middel om gelijkheid tussen vrouwen (en vrouwen onderling) en mannen (ook mannen onderling) en transgenders (in al hun diversiteit) te realiseren.”5

Gender, nog slechts een kwestie van bewustmaking

Het feministisch advies heeft niet mogen baten. Het is “gender inclusief geslacht genderidentiteit en genderexpressie” geworden. En zo sluit de cirkel van bijna 30 jaar beleidsdenken rond gender: het Vlaams beleid heft wettelijk een analytisch werkbaar onderscheid tussen geslacht (in de betekenis van natuurlijk geslacht of sekse) en gender (in de betekenis van sociaal geconstrueerd geslacht) op. In de beleidnota 2009 – 2014 van Pascal Smet lezen we:

Het wegwerken van ongelijkheid tussen vrouwen en mannen is het doel van het genderbeleid. Daarmee leg ik de klemtoon op structureel verankerde mechanismen die de leefsituatie van mannen en vrouwen bepalen, eerder dan op een achterstandsgedachte van het ene geslacht op het andere. Die mechanismen zijn vaak zo impliciet dat ze onherkenbaar worden. Het gaat dus in de eerste plaats om bewustmaking”.6

Vertaald uit zijn newspeak: Genderongelijkheid treft mannen en vrouwen. Gendermechanismen zijn structureel verankerd. Dat slaat niet op de structurele achterstelling van vrouwen op basis van het geslacht. Wel op het impliciete karakter van gender. Daarvan moeten mensen zich bewust worden en hun gedrag en denken daarnaar veranderen. Structurele hervormingen zijn niet (meer) nodig.

Voilà. Wat een vondst: gender werkt impliciet en is onherkenbaar. Alsof we dat nog niet wisten! Gender is precies het analytisch concept, bedacht door het feminisme om direct onherkenbare structurele ongelijkheidsmechanismen bloot te leggen.

Het gaat om er om hoe de maatschappelijke ongelijkheid tussen vrouwen en mannen natuurlijk lijkt omdat deze zogenaamd voortkomt uit het sekseverschil maar in werkelijkheid een sociale constructie is, die de samenleving ordent volgens een binaire en hiërarchische man-vrouw tweedeling, die overigens varieert naargelang plaats en tijd, maar die altijd onderdrukkend is ten aanzien van vrouwen en die uiteraard onder invloed van sociale krachten, zoals de vrouwenbeweging, verandert. Dat feministisch inzicht leidde tot de idee van het seks/gender concept: enerzijds het (natuurlijk) geslacht of sekse, dat duidt op een verschil tussen man en vrouw en anderzijds het (sociaal geconstrueerd) geslacht of gender, dat de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen en al wie niet in dat binaire heteromodel past rechtvaardigt.

Los daarvan kan gender ons gestolen worden: gendergelijkheid, gendermainstreaming enz. Geef ons maar gelijkheid tussen mannen en vrouwen, ongeacht hun gender; geef ons maar mainstreaming van gelijkheid, ongeacht gender.7

Gender als beleidsdoelstelling

Dat ook mannen deel uitmaken van het seks/gender systeem spreekt vanzelf. Maar een genderanalyse toont hoe gender vrouwen systematisch hiërarchisch lager plaatst dan mannen, ook wanneer ze veranderen. Volgens Pascal Smet is blijkbaar die analyse niet meer nodig. Vrouwen en mannen en transgender personen worden allemaal door gender geplaagd. Punt. Het volstaat die vervelende onherkenbare gendermechanismen te beschrijven en mensen er zich bewust van te laten worden. Dan staat niets meer de gelijke kansen in de weg.

Het wegwerken van die ongelijke kansen zal pas écht effect hebben wanneer wij allen herkennen hoe en wanneer gender zijn stempel drukt op ons handelen en wij dit in vraag durven stellen.”8

Wat moeten we ons daarbij concreet voorstellen? Het is van een ontstellende eenvoud, zoals het genderbewustwordingsproject van Pascal Smet ons voorhoudt. Als je naar www.genderklik.be gaat kom je op de volgende aanbeveling:

Binnen een relatie gebeurt het vaak dat na verloop van tijd een van beide partners een stap(je) opzij zet in zijn/haar loopbaan. Voor de kinderen, het huishouden of mantelzorg voor familieleden. Dat heeft vaak grote implicaties bijvoorbeeld voor het pensioen.

Het Vlaamse gelijkekansenbeleid wil koppels bewust maken van de impact van loopbaankeuzes en hen ertoe aanzetten in een relatie dit thema niet uit de weg te gaan en hier onderlinge afspraken over te maken.”9

Met die aanbeveling ging Minister van Werk, Monica De Koninck (SP.A) Pascal Smet voor.10 Vrouwen let op: de arbeidsmarkt is wat ze is, wees je daarvan bewust en maak de goeie afspraken met je partner. Hoe het moet met vrouwen die minder verdienen dan hun partner omdat ze bijvoorbeeld alleen een deeltijd baan vinden, hoe het moet met alleenstaanden, werklozen, mensen in onzekere statuten daar zwijgt deze aanbeveling over. Over een perspectief van structurele veranderingen om aan deeltijd, precair werk en werkloosheid een einde te stellen en iedereen gelijke toegang tot gelijk betaalde jobs te geven zegt deze aanbeveling niets.

Nu is Genderklik is op zich geen slecht bewustmakingsinitiatief. Maar het overstijgt het beschrijvende niveau niet, evenmin als het beleidsplan van Pascal Smet of de hoger genoemde Memorie van Toelichting dat doen. Zo stelt deze laatste:

Als ordeningsprincipe wordt “gender” thans nog al te vaak in duale termen opgevat, hetgeen verwachtingspatronen bestendigt die uitmonden in diverse vormen van sociale druk”11

Gender is hier geen analytisch concept meer dat een ongelijk ordeningsprincipe blootlegt. Gender is ordeningsprincipe als een ander. Het énige probleem is dat we gender te eng opvatten. Verruim het en alles zal goed komen.

Pascal Smet wil transgenders omarmen in gender als aanvaard ordeningsprincipe. Zo’n beleid heeft een zekere geloofwaardigheid omdat gendermechanismen een eigen leven leiden, net omdat ze het glijmiddel zijn voor de aanvaarding van de structurele ongelijksmechanismen in de samenleving. Mensen kregen ideeën over mannelijkheid en vrouwelijkheid met de paplepel binnen en hebben ze geïnternaliseerd als iets vanzelfsprekends. Die ideeën zitten zo diep, dat het leidt tot een toepassing van genderstereotypen op iedereen, ook homo’s, lesbiennes en transgenderpersonen. De typische homo is ‘verwijfd’, de typische lesbienne is een ‘manwijf’, enz. ‘Mannelijke’ homo’s, ‘vrouwelijke’ lesbiennes passen niet in het binaire man-vrouw ordeningsprincipe. Maar mensen experimenteren met gender. Ze nemen (trans)genderrollen op, ze eisen het recht op eigen gekozen (trans)genderidentiteiten en (trans)genderexpressies en dat heeft ongetwijfeld een ontregelend effect.12 Zo zal een beleid als dat van Pascal Smet ongetwijfeld zijn progressieve verdedigers en traditionalistische tegenstanders hebben, zoals in Frankrijk tot uiting kwam in de heibel rond het schoolproject “ABCDE de l’Egalité”13.

Maar op het einde van de rit heeft Pascal Smet ons allen lelijk te grazen met zijn newspeak die zich vlot van feministische concepten bedient maar deze niet meer als feministisch analyse-instrument hanteert!

Gender als systeembevestigend principe

Het beleid van Pascal Smet maakt van het verwerven van een individueel genderbewustzijn een gepriviligieerde hefboom voor verandering. Mensen zijn nu zelf verantwoordelijk voor het verwezenlijken van gelijke kansen. Het gaat enkel nog over ongelijke persoonlijke relaties tussen mensen als een morele kwestie van goede wil en bewustzijn, terwijl de samenhang hiervan met de ongelijke sociale relaties voortgebracht door het kapitalistische klassensysteem uit beeld gezet worden. Maw wie er niet in slaagt gelijke kansen te verwezenlijken is doof gebleven voor de bewustwordingsacties ongeacht de vele structurele ongelijkheden die gelijke kansen in de weg staan en die blijkbaar geen gepriviligieerde plaats zijn voor een andere politiek. Op die manier gehanteerd wordt een genderpolitiek totaal systeembevestigend onder een laagje feministisch vernis.

Over structuurhervormingen als hefboom voor verandering in genderpatronen en over de betekenis van een genderbewustzijn als hefboom om samen met de maatschappelijke ook de persoonlijke verhoudingen te veranderen spreken immers alleen nog ouderwetse feministen.

Nu is het wel zo dat beide niet helemaal samen vallen of dat er geen automatische overdracht is van het ene naar het andere. Structurele hervormingen zullen niet automatisch een einde stellen aan bv. partnergeweld, maar het stelt vrouwen wel in staat om voor een autonoom bestaan te kiezen en sterker te staan, wat uiteraard niet wil zeggen dat tegelijk geen specifieke maatregelen nodig zouden zijn tegen geweld op vrouwen. Iemand kan uitermate genderbewust zijn, daardoor beseffen dat haar keuzes structureel maatschappelijk beperkt zijn (bv. deeltijd werken) en toch genderbewust leven in haar persoonlijke sfeer, ondanks het feit dat ze geconfronteerd wordt met ongelijke kansen (bv. omdat vaak alleen maar deeltijd werk beschikbaar is of omdat ze alleenstaande is enz….) in de publieke sfeer, waarin ze desondanks een militant feminist kan zijn, die gender als analyse instrument blijft hanteren, opkomt voor gelijkheid en lak heeft aan gelijkekansen!

Gelijke Kansen

Van bij de start van het emancipatiebeleid moest gelijkheid de plaats ruimen voor gelijke kansen. Gelijke kansen pretendeert te remediëren aan een ongelijk uitgangspunt, zonder gelijkheid van uitkomst in het vooruitzicht te stellen. Gelijke kansen zijn er om ze te grijpen. Om bij het voorbeeld van werk te blijven: voltijds of deeltijds werk wordt een kwestie van de juiste keuze maken, ongeacht de toestand en structuur van de arbeidsmarkt.

Ook voor de SP.A betekent gelijkheid niet meer dan gelijke kansen. Zo stelt de ontwerpbeginselverklaring van de SP.A in 2013

Ons streven is niet gericht op gelijkheid van uitkomst of uniformiteit. Sociaaldemocraten omhelzen verscheidenheid en onderlinge verschillen” .14

Gelijkheid van uitkomst wordt gelijkgesteld met uniformiteit. Bah, wie wil er nu uniform zijn? Weer zo’n vieze communistische gedachte zeker… Leve de verscheidenheid en het verschil, dan hoeft men niet meer over ongelijkheid te spreken.

Kathleen Van Brempt op een onzalig moment in 2004 ook Vlaams Minister van Gelijke Kansen gruwde ook zo van het begrip gelijkheid. In haar beleidsproject in het kader van het Europees jaar van de gelijke kansen voor iedereen (M/V United 2007) stelt ze gelijkheid voor als een synoniem van identiek zijn. We willen toch allen anders zijn! Ook voor haar geen communistische maopakken. Weg met gelijkheid, leve het verschil en …gelijkwaardigheid.

Alsof verschil en gelijkheid niet zouden samengaan. Gelijkheid is precies de onontbeerlijke voorwaarde voor verschil. Verschil zonder gelijkheid dekt maar al te vaak ongelijkheid toe. En hetzelfde geldt voor gelijkwaardigheid. 15

Van Brempt trekt de verschil-logica door naar maatschappelijke diversiteit of verscheidenheid:

De term diversiteit verwijst naar de verschillen tussen sociale groepen: verschillen tussen mannen en vrouwen, allochtonen en autochtonen, armen en rijken, holebi’s en hetero’s. Diversiteit verrijkt de samenleving. Het erkennen van diversiteit waarborgt sociale verscheidenheid en zorgt ervoor dat iedereen aan bod komt. Naast het morele belang van diversiteit is er het economische: (…) dat alle talenten (…) worden ingezet.” 16

Een analyse van sociale (klassen)ongelijkheid wordt vervangen door een morele oproep voor de erkenning van diversiteit of verscheidenheid! Sociale (klassen)verschillen (= ongelijkheid) worden op één lijn gesteld met andere vormen van verschil (= ongelijkheid). De notie dat de vele vormen van ongelijkheid, zoals sexisme, racisme, armoede verweven zijn met de kapitalistische klassenmaatschappij (en met elkaar), zoals een genderanalyse duidelijk maakt, verdwijnt achter de idee van verrijking van de samenleving door het erkennen en maximaal benutten van diversiteit.

Vrijheid in een neoliberaal jasje, met dank aan de SP.A

Met het begrip vrijheid zit het zo mogelijk nog erger mis. Voor het feminisme van de tweede golf betekent vrijheid de bevrijding van het individu van uitbuiting en onderdrukking. De collectieve strijd voor individuele emancipatie en gelijkheid staat in het perspectief van een rechtvaardige egalitaire samenleving. Het ene is niet mogelijk zonder het andere. Dat hiervoor verschillende strategieën en modellen bedacht werden, van radicaal tot socialistisch feministische doet niets af aan de grondgedachte van de noodzaak van een structureel maatschappelijk rechtvaardige basis om eenieders vrijheid en gelijkheid te waarborgen. Daarin zat ook de idee van individueel verzet tegen betutteling door structuren en instanties. Dat heette empowerment.

In het gelijkekansenbeleid heeft de idee van vrijheid niets meer te maken met de structurele maatregelen, zoals werk voor iedereen via werktijdverkorting bv. maar wel met ondersteunende maatregelen die individuen de kans geven goede keuzes te maken. Die centrale betekenis van de individuele inspanning en verantwoordelijkheid breekt definitief door met de actieve welvaartstaat, die wij danken aan Frank Vandenbroucke. Dat het SP.A denkwerk consistent deze weg verder blijft volgen, blijkt uit de Beginselverklaring van de SP.A 17 .Wie gelijke kansen krijgt, dient die kansen te grijpen. Desnoods met enige druk van boven af, een aanpak die je tot empowerment brengt. Denk aan je pensioen en kies voor voltijds werk en bespreek de combinatie van werk en gezin met je partner ; haal je neus niet op voor interimwerk het is een springplank naar een voltijdse baan; wil je werk, doe je hoofddoek af…

De analyse van een seksistisch, racistisch en sociaal gesegregeerde arbeidsmarkt als een bepalend structureel gegeven in de samenleving geraakt op de achtergrond. Inzetbaarheid van mensen op de arbeidsmarkt zoals ze nu eenmaal gegeven is, wordt het credo. Ja er is nog seksisme, er is nog racisme maar die zijn wettelijk verboden en wie er mee te maken krijgt kan klacht neerleggen. Met andere woorden niet de structurele maatregelen maar de individuele vrije keuzes van mensen worden de hefboom voor verandering. Dat de sociaal maatschappelijk orde die individuele keuzes niet alleen beperkt maar ook grotendeels bepaalt is niet meer aan de orde. Als er voltijds werk zou zijn voor iedereen, als een hoofddoek geen probleem zou zijn om werk te vinden, als er geen onderaanneming zou zijn zou de keuzewaaier er al heel anders uit zien.

Dit neoliberale individualistisch vrijheidsverhaal vertoont wel enkele kronkels. Moslima’s zijn blijkbaar vrij om hun hoofddoek af te doen, niet om er een te dragen. Als ze niet begrijpen dat een hoofddoek hen onderdrukt –en al wie er een draagt begrijpt dat dus niet -, moeten ze maar een duwtje in de rug krijgen met een hoofddoekenverbod op school zodat ze goed voorbereid zijn om de juiste keuze te maken op de arbeidsmarkt en niet uitgesloten te worden.

Het liberale “feministische” verhaal maakt van de “vrije westerse vrouw” het symbool van dé vrije vrouw, een lichtend voorbeeld voor iedereen. Dat dit ideale vrouwbeeld vooral een synthese is van de hogere middenklassevrouwen met een goed betaalde baan, een man met een nog beter betaalde baan (anders wordt hij depressief naar het schijnt) en een dienstencheque-huishoudhulp doet aan de geloofwaardigheid van het beeld geen afbreuk. Alweer Kathleen Van Brempt zorgde mee voor de doorbraak van dit beeld met het glossy magazine (Teamtime 2007) dat ze de wereld in stuurde ter ondersteuning van haar beleid en waarin filmsterren in een voorbeeldfunctie worden opgevoerd.

Kritisch feministisch weerwerk

Dat het feministisme en de vrouwenbeweging sinds de jaren ‘70 diverse veranderingsprocessen in de samenleving op gang brachten staat vast. Vanuit de concrete acties en ter ondersteuning ervan wapende het feminisme zich met een theoretisch analytisch systeemkritisch begrippenkader. Terwijl vandaag de acties van onderuit een (met gasboetes bedreigd) randverschijnsel zijn geworden, blijkt het begrippenkader gemeengoed te zijn geworden, weliswaar in de vorm van pseudofeministisch systeemondersteunend gewauwel.

Het concept gender is zeer snel in een maatschappijbevestigende politiek geïntegreerd. Daarmee kwam de oorspronkelijke betekenis van gender in het gedrang, terwijl het begrip zijn feministische glans nog is niet verloren. Het maakt het kritisch feministisch weerwerk des te moeilijker.

Zo hadden feministen zich de evolutie van het beleid nooit voorgesteld toen het VOK de eis lanceerde van een ministerie voor emancipatiezaken. Ze waren zich bewust van de plus en minpunten van zo’n eis. Aan de plus kant: de maatschappelijke erkenning van de feministische zaak; aan de min kant: de institutionalisering ervan.

Sinds 1985 heeft België onder impuls van Europa een beleid voor maatschappelijke emancipatie, gelijke kansen, diversiteit en doelgroepen of hoe ze het allemaal nog zullen noemen. In 1995 kregen ook de gewesten zo’n beleidsbevoegdheid.

Miet Smet, de eerste politica bevoegd voor het emancipatiebeleid is de meest feministische van al onze federale en Vlaamse ministers belast met gelijke kansen gebleken18. Ze nam initiatieven rond geweld op vrouwen, rond OSGW (ongewenst seksueel gedrag op het werk), rond quota op verkiezingslijsten; ze richtte het centrum Amazone op, waar de vrouwenorganisaties een onderkomen vonden; ze zorgde voor subsidies voor vrouwenwerkingen (oa. het VOK en de vrouwendagen); ze stelde emancipatieambtenaren aan. Maar ze integreerde het gelijkekansenbeleid vakkundig in het vigerend sociaal-economische beleid op patronale leest. Zo breidde ze als minster van Arbeid en Tewerkstelling mee het systeem van deeltijds werk, waarin vooral vrouwen terecht komen, aanzienlijk uit19; ze breidde nachtarbeid voor vrouwen uit en droeg zo bij tot de politiek van flexibele arbeid. Allemaal in naam van gelijke kansen van mannen en vrouwen. Haar federale en regionale opvolgsters en opvolgers hebben haar lijn naar beneden doorgetrokken.

Geen van de socialistische ministers die later de bevoegdheid kregen voor gelijke kansen hebben op welke manier ook het verschil gemaakt. Integendeel ze zijn waardige voorvechters gebleken van de feministische newspeak en bijhorend systeembestendigend beleid.

Volgens de naakte cijfers en gegevens blijft ongelijkheid op basis van het geslacht de maatschappij structureren. Volgens het heersende beleidsdiscours is de gelijkheid van man en vrouw nochtans een verworvenheid van de westerse cultuur en een bewijs van haar superioriteit. Dat er nog ongelijkheden zijn wordt regelmatig erkend. Maar een vrije vrouw weet te kiezen en komt met ondersteuning van het beleid op voor haar rechten tav haar partner en tav de samenleving. Blah, blah, blah….

En toch geven we een volgehouden feministisch tegendiscours niet op. Een tegendiscours dat zijn begrippenkader en concepten in hun oorspronkelijke maatschappijkritische betekenis blijft hanteren om de ongelijkheid die wezenlijke eigen is aan de kapitalistische wereld te analyseren en om duidelijk te maken dat de vele veranderingen die de feministische strijd te weeg bracht en nog te weeg wil brengen nooit tot volle ontplooiing kunnen komen als ook niet de sociaal economische klassenongelijkheid aangepakt wordt. Wie doet mee?

Ida Dequeecker

1 Cfr. Nineteen Eighty-Four van George Orwell

 

2 MT bij voorontwerp van decreet tot wijziging van (…) het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid (VR 2013 2012 DOC.1515/3)

 

3 ibid p. 7

 

4 ibid p. 6

 

5 Vrouwenraad, Ella en VOK: Advies voorontwerp mep- en gelijkekansenbeleid

 

6 Beleidsnota 2009 – 2014 blz 3

 

7 In het Engels zijn sex en gender synoniemen. Sex wordt gebruikt voor levende wezens, gender zowel voor levende wezen als voor voorwerpen. De woorden sex en gender komen overeen met de nederlandse woorden sekse en geslacht. Gayle Rubin stelde voor een onderscheid in te voeren tussen sekse en gender in de feministische theorievorming. Zij bedacht het sex/gender systeem. Letterlijk vertaald zou dat sekse/geslacht systeem. Maar bij ons zoals elders in de wereld is het sekse en gender geworden. Gender heeft hier, in tegenstelling tot het Engels taalgebruik waar gender ook nog in zijn oorspronkelijke betekenis wordt gebruikt, lijkt het normaal dat het geleend begrip gender enkel zijn feministische betekenis. Wij hebben immers ook nog het woord geslacht.

 

8 Beleidsnota 2009 – 2014 blz 21

 

11 MT p. 7

 

12 Gayle Rubin, Thinking Sex in Deviations, Duke University Press, Durham & London, 2011.

 

13 ABCDE de l’Egalité is een project om kinderen op school bewust te maken van gender vooroordelen en stereotypen. Het stuitte op een brede verzetsbeweging, die zich ook verzette tegen het “huwelijk voor iedereen”, dus ook voor mensen van hetzefde geslacht. De grote angst is dat de seksuele identiteit van jongens en meisjes niet duidelijk meer zou zijn. zie mijn artikel op blog

 

15

Zie Ida Dequeecker, Het Ongelijkekansenbeleid van Minister Van Brempt, VMT, Jg 41, nr 2 ,zomer 2007.

16
 Kathleen van Brempt, Genderjaarboek 2006, M/V United in beleid, p. 10

17

In de beginselverklaring van de SP.A (www.s-p-a.be/vlaanderenmorgen/)

Ons streven is niet gericht op gelijkheid van uitkomst of uniformiteit. Sociaaldemocraten omhelzen verscheidenheid en onderlinge verschillen” (Inleiding, 2.2.2)

De taak van het beleid is het creëren van gelijke kansen, die we “levenslang” moeten grijpen in een “snel evoluerende samenleving”, waarin steeds nieuwe ongelijkheden ontstaan, zodat “onze keuzevrijheid opeens (kan) verminderen als we ons niet kunnen aanpassen” (hfdst 3, gelijkheid 1.3)

Het beleid moet kiezen voor een goed evenwicht tussen activeren en beschermen, tussen rekening houden met de keuzevrijheid en met de realiteit van de arbeidsmarkt, tussen rechten en plichten.” (hfdst 1, economie, 3.2)

18

Miet Smet CVP (nu CD&V) politica en actief feminist. Van 1985 tot 1992 had ze als staatssecretaris de bevoegdheid voor maatschappelijke emancipatie. Van 1992 tot 1999 was ze minister van Arbeid en Tewerkstelling belast met het beleid voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen.

19

Het beslechtte in zekere zin de discussie tussen enerzijds de vakbonden en de vrouwenbeweging die voor een algemene werktijdverkorting waren en anderzijds de werkgevers die voor uitbreiding van deeltijd werk waren.