Dit interview verscheen eerder op DeWereldMorgen.be en is overgenomen met toestemming van Samira Azabar.

foto-samira-azabarEr gaat geen dag voorbij of er verschijnt wel ergens een opiniestuk, debat of artikel over de plaats van de islam in onze samenleving. Met name de rol van de vrouw, de toelaatbaarheid van de hoofddoek en de houding van moslimmannen jegens vrouwen vulden reeds vele pagina’s.

Islamitische vrouwen worden in deze discussies echter vaak doodgezwegen. Een zonde voor elk medium dat zichzelf democratisch noemt en een gemis voor ons allen, zo blijkt uit het interview met de bevlogen – en gesluierde – feministe Samira Azabar.

Samira Azabar is vormingsmedewerkster bij VZW Motief (www.motief.org). Haar profiel van uitgesproken islamitische feministe roept meteen de vraag op hoe haar geloof haar interpretatie van feminisme beïnvloed heeft.

Azabar: “Toen ik opgroeide, worstelde ik met veel vragen. Mijn ouders zijn eerste generatie en als jongere zie je dat bepaalde zaken binnen je eigen cultuur helemaal normaal gevonden worden, terwijl je je tegelijk in een andere a-religieuze context beweegt. Als jongere word je daarop bevraagd. Op dat moment probeer je te kijken waar je inspiratie ligt. In sommige situaties voelde ik mij bijvoorbeeld meer aangesproken in mijn moslim-zijn, in andere in mijn vrouw-zijn. Het is een moeilijke oefening om die twee te combineren in verschillende contexten.”

“Media bemoeilijkten dit proces ook. In de media werd de islam vaak voorgesteld als niet democratisch, niet vrouwvriendelijk en al helemaal niet emancipatorisch. Dat was voor mij een reden om me te gaan verdiepen in mijn islamitische roots. De islam die ik in mijn opvoeding had leren kennen was anders dan de voorstelling in de media. De islam die ik had leren kennen was intrinsiek democratisch, en zelfs feministisch. Mijn zoektocht leidde me naar emancipatorische elementen binnen de islam, omdat deze nooit aan bod komen in het dominante discours in deze samenleving.”

“Wat ook meespeelde in hoe ik mijn – islamitische en feministische – identiteit vorm gaf, was het feit dat ik op een katholieke school zat. Goed onderwijs stond voor mijn ouders boven alles, maar het katholieke kader betekende wel dat ik een deel van mijn identiteit moest opgeven. Ook dat zet je als jonge vrouw aan om na te denken tot welke subgroepen van de samenleving je behoort en welke deelidentiteiten je wil aannemen.”

Welke emancipatorische elementen vond u in de islam ?

“Ik dacht vooral na over wat emancipatie voor mij persoonlijk betekende. Ik geloof sterk dat elke vrouw een eigen invulling kan geven aan dit begrip, afhankelijk van haar eigen specifieke achtergrond. Als er wordt vanuit gegaan dat er maar één weg is naar emancipatie, en dat die niets te maken kan hebben met religie, dan haak ik af. De idee dat ik zelf niet zou mogen kiezen waar ik mijn inspiratie haal, vond ik helemaal niet bevrijdend.”

“Temeer daar de ontstaansgeschiedenis van de islam in essentie erg emanciperend was voor vrouwen. De islam was een vernieuwende reactie tegen een onrechtvaardige maatschappij op het Arabisch schiereiland. De vrouwen van de profeet hadden bijvoorbeeld onderwijs genoten, speelden prominente rollen in het politieke en economische leven, en dit alles binnen een islamitisch kader in de zevende eeuw. Dit toont hoe belangrijk zelfbeschikkingsrecht vanaf het begin was in de islam. En dat is het nog steeds.”

“De islam stelt ook dat man en vrouw gelijk zijn, dat ze uit dezelfde elementen geschapen zijn. Dit stond lijnrecht tegenover het katholieke scheppingsverhaal dat ik op school leerde, waarbij Eva de verleidster en de mindere was. Dat zie je niet in de islam, dat de vrouw als zondig wordt bestempeld. Ook niet in andere bevrijdende lezingen van de Bijbel en Thora. De islam vertrekt van het principe dat man en vrouw gelijk zijn aan elkaar en dat ze enkel en alleen zullen beoordeeld worden om wat ze doen, niet om hun geslacht.”

“Vrouw zijn is in de Koran als dusdanig niet een element waaraan allerlei voor- of nadelen verbonden zijn. De beide geslachten staan op gelijke hoogte, en ook dat is fundamenteel bevrijdend en emanciperend. Deze interpretatie van vrouw-zijn was voor mij erg belangrijk. Vooral omdat de islam de focus legt op onderdrukkende structuren en mechanismen in een samenleving , die nadelig kunnen zijn voor kwetsbaren, o.a. vrouwen, armen, ouderen, wezen, … Als ik zie hoe de media een heel ander beeld van de islam tonen, vind ik dit erg frustrerend, omdat het niet strookt met hoe ik islam beleef, noch met hoe ik mijn vrouw-zijn beleef.”

U beschrijft hier een progressieve lezing van de Koran. Dit is niet per se de dominante interpretatie die we vandaag zien, noch binnen de islamitische gemeenschap, noch in het beeld dat de Westerse media ophangen van de islam.

“De stereotypen over de islam zijn erg pijnlijk en zeggen ook veel over onze Westerse samenleving. De idee dat ‘wij in het Westen’ verlicht zijn en dat vrouwenemancipatie bij ons rond is, geeft ons zogenaamd het recht onze pijlen te richten op anderen die hierin minder ver zouden staan. Akkoord, vrouwen mogen met de auto rijden, vrouwen mogen uit gaan werken, maar ook binnen de Westerse maatschappij zijn een heleboel maatschappelijke problemen aangaande vrouwen nog niet opgelost.”

“Bovendien hanteert men quasi onbereikbare verwachtingen om vrouwen als succesvol te beschouwen. Zelfs reguliere vrouwengroepen gaan er vaak van uit dat de strijd gestreden is, dat de glazen plafonds en patriarchale normen tot het verleden behoren, terwijl deze overal in onze samenleving aanwezig blijven. We zijn wellicht al ver gekomen vergeleken met vroeger, maar we mogen niet tevreden zijn met wat we bereikt hebben, want er is nog geen volledige en structurele gelijkheid tussen mannen en vrouwen.”

“Daarom moeten we als feministes gaan herbronnen en kijken waar we inspiratie kunnen vinden om verder te strijden tegen onderdrukkende mechanismen in onze samenleving. Als voor sommige vrouwen religie een inspiratiebron kan zijn, dan is het niet juist om dit bij voorbaat af te schrijven, en dat is de facto wel vaak het geval.”

Hoe manifesteert dit zich?

“Vroeger zochten we vaak contact met andere vrouwengroepen, omdat we onszelf als deel van de feministische beweging zagen en solidair wilden zijn met die groep. De traditionele vrouwenbeweging stelde echter eenduidig dat religie enkel onderdrukkend kan werken, of helemaal niet belangrijk is. Zij hadden een specifiek kader waartegen wij afgetoetst werden: ‘Als je feministische bent kan je niet religieus zijn en vice versa’. Op dat moment wordt samenwerken onmogelijk.”

“Wij hebben dan netwerken opgebouwd met andere minderheidsgroepen die niet per se rond vrouwenrechten werkten, wel rond onderdrukking en uitsluiting in het algemeen. Het grootste probleem met de reguliere vrouwenbeweging (met uitzondering van enkele organisaties) was de eenzijdige Westerse individualistische en areligieuze opvatting van emancipatie.”

“Die werd op zichzelf een maatpak. Bovendien hebben een aantal vrouwengroepen, omwille van de idee dat de strijd gestreden is, hun maatschappelijke doelen sterk teruggeschroefd en voeren ze nog nauwelijks strijd. Ook dit strookt niet met ons doel van gelijkheid en rechtvaardigheid.”

Negatieve reacties dus op het feit dat u moslim bent uit feministische hoek. Hoe zijn de reacties op uw feministisch zijn vanuit de moslim gemeenschap?

“Erg positief. Taal is hierin erg belangrijk. Als je rond gelijkheid en solidariteit werkt als feministe kan je ook binnen de moslimgemeenschap werken. Enkel, de taal van de traditionele vrouwenbeweging is erg seculier en laat weinig ruimte voor een religieuze invulling. Er is dus sprake van een kloof. Wij zijn hier moeten van afstappen om de idee van emancipatie meer vorm te geven in de moslimgemeenschap.”

“Uiteindelijk komt het erop aan om je boodschap van emancipatie duidelijk te kunnen overbrengen naar andere groepen die een ander denkkader hebben. Hiervoor moet je flexibel zijn en luisteren naar je doelgroep. We merkten bijvoorbeeld dat zelfbeschikkingsrecht en keuzevrijheid fundamenteel zijn, maar pas door te luisteren naar hoe moslima’s dit zelf invulden, konden we hier een taal en activiteiten rond ontwikkelen die rekening hielden met hun cultuur en geloof.”

“Er werd bijvoorbeeld verwezen naar het feit dat vrouwen in de Koran rechten hadden gekregen maar dat deze in de praktijk beknot worden door mannen, overheden, instellingen en soms zelfs door vrouwen. Door zaken op die manier te presenteren, stapten deze vrouwen mee in de kern van het feministisch discours, omdat dit strookte met hun interpretatie van het islamitisch discours.”

U benadert feminisme daarmee vanuit de Koran, een vrij controversiële aanpak vergeleken met een feminisme gegrond in het mensenrechten discours.

“De beiden vullen elkaar aan en bevatten geen expliciete tegenstellingen. De verschillende kaders overlappen elkaar als het ware. Het dominante mediadiscours hangt hiervan een vertekend beeld op, en dat werkt sterk in op mensen, erg sterk. Ik ben zelf natuurlijk ook onderhevig aan dat discours. Ook ik moet, wanneer ik een vrouw in boerka hoor zeggen dat ze zich onderwerpt, even nadenken hoe dat emancipatorisch kan zijn. De enige vraag die daar telt, is echter ‘ervaart deze vrouw dit als emancipatorisch?’”

“Het grootste gevaar is namelijk om je eigen idee van emancipatie en bevrijding te gaan projecteren op een ander. Als je bijvoorbeeld met zo een vrouwen praat en hoort dat zij moet opboksen tegen vooroordelen, ook uit haar eigen directe omgeving, en dat ze desalniettemin achter haarkeuze blijft staan omdat die belangrijk is voor haar, dan moet je erkennen dat je naar een sterke, en zelfs geëmancipeerde vrouw kijkt.”

Dus uw definitie van emancipatie…

“… stelt de vrouw centraal. Wat willen vrouwen zelf? Wat is er voor hen nodig om zich vrij te voelen? Als een vrouw zelf aangeeft dat ze zich niet onderdrukt of beperkt voelt en dat ze haar situatie als comfortabel ervaart, dan is er mijns inziens ook geen probleem. Het wordt pas gevaarlijk als men vrouwen wil bevrijden zonder ze te bevragen, o.a. met het hoofddoekenverbod op scholen en in loketten, het boerkaverbod, etc. Dan ga je net je eigen idealen opleggen aan anderen, en dat is onderdrukkend.”

U verwijst naar de boerka, die een tijd geleden veel maatschappelijk debat aanwakkerde. Gesluierde vrouwen waren de grote afwezigen in dit debat. Hoe kan dit verklaard worden?

“Moslimvrouwen worden vaak doodgezwegen. Dat heb ik zelf  meermaals aan den lijve ondervonden. Verschillende interviews waaraan wij meewerkten werden niet uitgezonden, omdat wij een ander verhaal brengen, één dat niet past in het bestaande plaatje. Eenmaal weigerde een journalist een interview met de boodschap ‘Je spreekt goed Nederlands, verwijst naar mensenrechten en democratie én draagt een hoofddoek, dat gaan onze kijkers niet begrijpen.’”

“In plaats daarvan werd aan een groepje giechelende gesluierde tienermeisjes gevraagd wat ze vonden van het hoofddoekenverbod. Mensen hebben het blijkbaar moeilijk een vrouw te zien die hooggeschoold is, werkt, vlot Nederlands spreekt en ook nog eens echt emancipatorische redenen heeft om een hoofddoek te dragen.”

U stelt de hoofddoek voor als symbool van emancipatie. Gaat het dan wel om emancipatie van de vrouw, of eerder om emancipatie van de religieuze groep?

Voor mij zijn er verschillende aspecten verbonden aan het dragen van mijn hoofddoek, die uiteraard allemaal verband houden met mijn religie. Als ik als gelovige een macht erken boven dit alles, dan is die hoofddoek voor mij een praktijk  om die macht te erkennen. Mijn hoofddoek herinnert mij aan bepaalde principes uit mijn geloof die ik in mijn dagelijks leven wil toepassen, zoals het rechtvaardigheidsprincipe.”

“Het herinnert mij eraan dat mijn toetssteen anders is dan het dominante maatschappelijke discours, dan het veranderende politieke beleid, dan de bestaande economische maatstaven. Mijn hoofddoek drukt een engagement uit dat ik voor mezelf heb gekozen, waarbij ik als persoon, als vrouw, met al mijn deelidentiteiten, wil zorgen voor de meest kwetsbaren in de samenleving en wil strijden tegen onrechtvaardigheid in al zijn vormen.”

“Mijn hoofddoek symboliseert dit, omdat het mijn religieuze praktijk is om me te houden aan die engagementen. Bovendien is het inderdaad zo dat, door mijn hoofddoek, mensen mij eerder erkennen als moslima, en dit helpt me om stil te staan bij dat deel van mijn identiteit, en dat een plaats te geven. Mijn hoofddoek helpt me dus menselijkheid, rechtvaardigheid en gelijkheid na te streven. In de eerste plaats als mens, maar ook als vrouw, moslima, sociologe, jongere, …”

Tot slot, wat is volgens u het meest hardnekkige vooroordeel omtrent islam en feminisme dat de wereld moeten uit geholpen worden?

“Dat ik geen rationeel denkend wezen zou zijn omdat ik een hoofddoek draag. De lijst van vooroordelen jegens gesluierde vrouwen is lang. Als het feit dat ik hoogopgeleid ben, vlot praat, dit soort werk doe, hier geboren en getogen ben etc. plots allemaal in het niets vervalt omdat ik een hoofddoek draag, dan is dat voor mij onaanvaardbaar. Het is bijna onmogelijk gewicht in de schaal te leggen en echt verandering te bewerkstelligen als je gesprekspartners je niet eens serieus nemen.”

“En dat is meteen ook hetgene waar ik voor mezelf het meest fier op ben: dat we, ondanks alles, nog steeds aan het strijden zijn en nog steeds gemotiveerd zijn om te blijven strijden tegen vooroordelen en voor meer gelijkheid. Dat we bijleren hoe we deze strijd het beste kunnen voeren. Dat we steeds meer leren luisteren naar vrouwen en werkwijzen vinden die aansluiten bij hun dagelijkse realiteit. Dat we er steeds beter in slagen vrouwen te tonen dat er meerdere wegen zijn naar emancipatie, en hen hierin ondersteunen. ”

Interview door T.J.M. Destrooper, Gent, 31.01.2013

Deze bijdrage verschijnt hier onder een creative commons licentie.